Ze Noemden Hem “Le Fakir Birman”

UIT DE OUDE DOOS

SEPTEMBER 7, 2010

By ROBERT FOSSEZ

Ik herinner mij nog als de dag van gisteren hoe ik op een zonnige lentemorgen Het Nieuwsblad opende in ons ouderlijk huis in Roeselare en mijn oog op een kort bericht viel (een “annonce” zoals ze dat in de Westhoek noemen). Met de nieuwsgierigheid van mijn jeugdige jaren las ik: “Overleden in Parijs op 12 december 1952: Fakir Birman (alias Charles Fossez). De familie zoekt dringend naar aanverwanten in Frankrijk en in België.” En dan volgde een telefoonnummer, blijkbaar in Parijs. Fier als een gieter bracht ik de krant naar ons vader, maar die scheen om één of andere reden absoluut geen interesse te hebben om hierop in te gaan. Niettemin, tussen een pot koffie en een stuk koekenbrood, vertelde hij mij later het levensverhaal van zijn eertijds wereldberoemde oom. Het volgende verhaal is het resultaat van dat gesprek, aangevuld met informatie geput uit het excellente familiearchief van mijn broer Guido.

Wanneer we aan een “fakir” denken dan komt ons gewoonlijk het beeld voor ogen van een vent met een tulband op zijn kop die op een bed van scherpe nagels ligt te mediteren. Met nog meer verbeelding zien we in de achtergrond een slanke meid die met haar fluwelen fluitspel een slang uit een rieten mandje lokt. Helaas, dit alles was niet het geval met onze fakir Birman. Hoe kwam hij dan aan die vreemde naam? En waarom wordt hij de dag van vandaag nog altijd vereerd in Parijs als de eerste auteur (en bijgevolg de uitvinder?) van de horoscoop die over heel de wereld in dagbladen verschijnt ?

Ons grootvader Jules Fossez, die vele jaren naast ons woonde in Roeselare, was geboren en getogen in het landelijke dorp Oost-Nieuwkerke, een boogscheut van de Rodenbachstad in de Westhoek. Het was een kinderrijk gezin en één van zijn broers werd in 1901 over de doopvont gehouden met de naam Charles. Al van in zijn apenjaren was Charles (later gekend als “verbrande Pieren”) een wilde vent die zijn ouders enorm veel zorgen aandeed. De burgerij van Roeselare beschouwde hem als een blaaskaak, bij gelegenheid stuntman, en een grote vrouwenzot – maar niettemin ook een genie, die in het Parijs van de jaren dertig teerde op de goedgelovigheid van simpele lieden. Mettertijd waren zijn exploten alsmaar erger geworden, tot het helemaal niet meer boterde tussen hem en zijn familie. Toen hij in de twintig was, liep de koppige maar oerslimme Charles van huis weg om zijn geluk elders te beproeven. Naar verluid sprak hij bij zijn afscheid nog rap een vervloeking uit over de rest van zijn familie en al hun nazaten en er wordt wel eens beweerd dat dit de oorzaak zou zijn van de vele tegenslagen die onze familie in latere jaren ervoer, maar dat nemen we toch met een korreltje zout.

Charles Fossez arriveerde in de Gare du Nord in Parijs in December 1930 en zijn geldbeurs was op dat ogenblik al even mager als hijzelf. Maar daarover maakte hij zich geen zorgen; hij had namelijk ideeën in zijn kop en veel courage, en was ervan overtuigd dat dit genoeg was om zijn fortuin te maken in de wereld. En hij had gelijk ook, zoals later bewezen werd. Hij installeerde zich in een onooglijk klein bureeltje in het Quartier Saint-Lazaire, en investeerde zijn overgebleven centen in een ongewone onderneming. In een periode waarin helderzienden en astrologen hun onbewezen talenten niet durfden publiek te maken, plaatste Charles volle bladzijden advertenties in alle dagbladen van Parijs: “Fakir Birman, 14 Rue de Berne, fakir clairvoyant. Dans l’ennui, venez à lui.” (Helderziende fakir. In de zorgen? Kom naar hem!) Om de juiste atmosfeer te scheppen liet hij inktzwart behangpapier aanbrengen met een gouden boord. Waar hij de naam Birman vandaan had gehaald weet niemand in onze familie. Hij was zeker nooit in Birma geweest en vond het waarschijnlijk in een schoolatlas.

Een van zijn eerste cliënten was een vrouw van de wereld, de echtgenote van een beroemde orkestleider. De man in kwestie had een verhouding met een violiste in zijn orkest maar daarvan was de echtgenote zich niet bewust. Birman bracht haar echter vlug op de hoogte. De ontmaskerde echtgenoot werd razend en sleepte Birman voor het tribunaal. De gerechtszaak werd één van de grootste evenementen in Parijs in die periode en “le tout Paris” las het verslag erover in de dagbladen. Fakir Birman engageerde de beste advocaat in de stad voor zijn verdediging, de fameuze Maître Valensi, die radicaal alle schuld van zijn cliënt ontkende. De voorzitter van het tribunaal, M. Daniël Massé, ging daarmee akkoord en oordeelde zelfs dat de kosten van het proces door de orkestleider moesten betaald worden. Het was een enorme triomf voor fakir Birman en gedurende de eerstvolgende maanden werd zijn kantoor overspoeld met alle soorten Parisiennes die vermoedden dat hun echtgenoot er een maitresse erop nahield. En zo was zijn carrière gelanceerd en zijn succes gegarandeerd!

In het jaar 1938 had hij maar eventjes 50 secretaressen in zijn burelen die iedere dag twee postwagens moesten afladen met 20 tot 30 zakken post per wagen, de meeste ervan met een dikke cheque of een hoop Franse franken in de enveloppe. In Maart 1932 trad hij op in een gala ten voordele van de “Société pour la protection de l’enfance contre la tuberculose” (Vereniging voor de bescherming van kinderen tegen tuberculose). Op het podium van de Wagram zaal liet hij zich opsluiten in een ijzeren kooi met grote sloten eraan, samen met honderd veertien uiterst hongerige rioolratten. We mogen niet vergeten dat dit het Parijs was van de jaren dertig! Maar vooraleer men de sloten kon aanbrengen liep toevallig een stomme foxterriër het toneel op en duwde de deur van de kooi open. Al de ratten ontsnapten in een oogwenk en totale hysterie brak uit in de zaal. Enkele dames vielen van hun stokje en de rest klauterde gillend op hun stoelen. De mannen dachten dat het allemaal deel uitmaakte van de vertoning en applaudisseerden met veel enthousiasme. De volgende dag stonden alle dagbladen in Parijs vol met het nieuws over de moed van fakir Birman en chansonniers componeerden romantische balladen over de heldendaad van mijn voorvader. (Maurice Chevalier was populair met “Moi, je suis le fakir” en Ray Ventura zong “Ainsi disait le fakir”) Hij was nu meteen aan de top van zijn carrière.

Een maand later ging Charles Fossez – alias Fakir Birman – naar Griekenland, waar hij zich liet opsluiten in een gewone kist. Hij tekende een contract met de directeur van het plaatselijk zwembad dat hij voor 45 minuten in die kist op de bodem van het zwembad zou verblijven. De kist werd verzwaard met zandzakjes om beter te zinken. Door een verkeerd manoever van de zwemmeesters werd de kist echter eerst neergelaten met Charles zijn voeten omhoog (komt dat tegen!). In de kist kon hij niets horen, maar door zijn lage bloeddruk en zijn training om met een minimum aan lucht te kunnen leven lukte het experiment toch en Charles was de held van de dag.

De Nationale Loterij werd, na jaren geschorst te zijn, in 1934 eindelijk weer toegelaten in Frankrijk. Onze fakir nam van die gelegenheid gebruik om weer eens een van zijn occulte technieken te beoefenen, namelijk de numerologie. Blijkbaar hangt in die discipline alles af van uw geboortedatum; ook de angst voor het nummer 13 kadert in die wetenschap. Hij gaf iedere week een causerie op de radio en werd in zijn consultaties overstelpt met vragen naar het winnend nummer. Hij gaf toe dat hij, helaas, niet het winnende nummer kon voorspellen, maar zei dat hij kon adviseren of het een goeie of een slechte dag was om lotjes te kopen.

Charles werd meteen ook een grote promotor van de Tour de France waarin hij meereed met de karavaan en aan de toeschouwers langs de baan een miljoen gele enveloppen uitdeelde, elk met een horoscoop erin en een lotje voor de tombola. In 1933 schreef hij zijn eerste horoscooprubriek (de eerste in de wereld?) die werd uitgezonden over de radio door het radiostation “Le Poste Parisien”, de voorloper van France Inter. Kort nadien verscheen de rubriek voor het eerst in een krant, “L’intransigeant”. Het werd direct een enorm succes bij de bevolking van Parijs, zowel de rijken als de arbeidersklasse.

Op de wereldtentoonstelling van 1937 fungeerde Charles zelfs als “voorzitter van de afdeling occulte wetenschappen” in het Franse paviljoen en in datzelfde jaar verscheen ook zijn boek, “L’ Almanach du fakir Birman”. Einde 1939 publiceerde hij zijn memoires onder de titel “Mes souvenirs et mes secrets” en het werd een bestseller over heel Europa. Hij was intussen schatrijk geworden, en ging vaak op verlof naar de Côte d’Azur, in die tijd een luxe gereserveerd voor de hogere bourgeoisie.

Maar zijn geluk bleef helaas niet duren. Hij werd er door de fiscus van verdacht zijn fortuin niet altijd eerlijk te hebben verdiend en ook zijn belastingen niet constant te hebben betaald. Men begon zijn zaken te onderzoeken met een vergrootglas. In 1944 publiceerde de fiscus zijn rapport. Birman werd veroordeeld voor fiscale fraude en er werd hem een straffe boete opgelegd. Zijn fortuin slonk rap tot bijna zero en, ten zeerste ontgoocheld over het Franse gouvernement, besloot hij dan maar zijn zwarte baard af te scheren en zijn tulband aan een nagel te hangen en dus zijn loopbaan van fakir vaarwel te zeggen. Gedurende zijn zeven jaar als Fakir Birman had hij advies gegeven aan 502,000 cliënten, ongeveer één Fransman op veertig. Nu veranderde hij zijn naam officieel terug naar Charles Fossez.

Op liefdesgebied had hij in zijn leven geen geluk, hij bleef namelijk een vrijgezel tot aan zijn dood op 12 december 1952. Volgens de Franse auteur Christian Fechner leed hij aan een ernstige zenuwziekte en pleegde hij tenslotte zelfmoord door verhanging in zijn appartement. Maar het einde van zijn fakirisme was niet het einde van zijn succes in Parijs. Vanaf 1944 tot aan zijn dood in 1952 was hij partner in een firma van damesondergoed, vooral “gaines” en korsetten, die zeer populair waren in die jaren. De firma was gestart in 1926 door een zekere Marcel Bena. De grote bijdrage van Charles Fossez(een man ook begaafd met een ongewoon gevoel voor “le commerce”) aan het succes van de firma bestond in de introductie in 1944 van het merk “Barbara”, hetgeen de firma toeliet in korte tijd de Amerikaanse markt te veroveren, en ook het invoeren door Charles van de postorderverkoop en een reeks parfums. Naar verluid was Barbara de naam van één van de vele liefjes die Charles erop nahield in Parijs. De merknaam Barbara wordt heden nog door de firma op wereldniveau gepromoot en schijnt zeer populair te blijven bij het vrouwelijk geslacht (natuurlijk… alhoewel het mannelijk geslacht er ook geen problemen mee heeft).

Een van de meest gekende uitspraken van deze merkwaardige man was iets dat hij in zijn latere jaren aan een vriend toevertrouwde: “Toen ik fakir was opende ik iedere morgen mijn ramen en vulde mijn longen met lucht. En de hele dag verkocht ik die lucht in kleine dosissen, want tenslotte is dat wat ik ben, een heleboel lucht en niets meer…”. Door sommigen in het milieu van de astrologie werd hij afgetekend als een charlatan, maar wanneer wij in de familie terugdenken aan dat verhaal dat ons vader vertelde, dan zijn we toch een beetje fier dat een van onze voorvaderen een avonturier van het hoogste kaliber was.